Lalabet-uitspraak zet deur open voor schadeclaims tegen illegale goksites, maar innen blijft moeilijk

Een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag in de zaak tussen TOTO en de exploitanten van het illegale online casino Lalabet kan de aanpak van niet-vergunde kansspelaanbieders veranderen. Dat concluderen twee experts die door NRC zijn geraadpleegd over het vonnis: hoogleraar bestuursrecht Johan Wolswinkel (Tilburg University) en advocaat Machteld Robichon-Lindenkamp (bureau Brandeis). Beiden zien kansen in de uitspraak, maar wijzen ook op de praktische obstakels bij handhaving en het daadwerkelijk innen van schade.

Laatste update:

Onrechtmatig handelen vastgesteld, schadebedrag volgt later

De rechter oordeelde dat de exploitanten van Lalabet en hun bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld door zonder Nederlandse vergunning kansspelen aan te bieden, en dat zij daardoor aansprakelijk zijn voor de schade die TOTO hierdoor heeft geleden. De precieze hoogte van die schade wordt in een aparte procedure vastgesteld. Het Curaçaose trustkantoor DECC (Downtown E-Commerce Company) kwam er in de meeste opzichten met een sisser vanaf, maar moet wel openheid geven over de bedrijfsstructuur van de voormalige Lalabet-exploitant.

Civiele weg als alternatief voor Ksa-handhaving

Wat Wolswinkel opvalt, is dat een vergunde marktpartij er zelf voor kiest om via het civiel recht tegen een illegale concurrent op te treden, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op ingrijpen van de Kansspelautoriteit. Volgens hem is dit geen nieuw fenomeen: eerder al spande Lotto, eveneens onderdeel van Nederlandse Loterij, een vergelijkbare zaak aan tegen Ladbrokes. Het verschil met toen is dat de rechter nu niet alleen een verbod oplegt, maar ook de deur openzet voor een concrete schadevergoeding.

Die schadevaststelling wordt volgens Wolswinkel het lastigste onderdeel van het vervolgtraject. Met tientallen vergunde aanbieders actief op de Nederlandse markt is moeilijk te herleiden welk deel van de omzet die een illegale site als Lalabet heeft misgelopen, specifiek aan TOTO valt toe te rekenen.

Trustkantoren onder verscherpt toezicht

Robichon-Lindenkamp benadrukt vooral het oordeel over de rol van trustkantoren als het belangrijkste onderdeel van de uitspraak. De rechter bepaalde dat een trustkantoor aansprakelijk kan zijn wanneer het wist, of redelijkerwijs had moeten weten, dat het diensten verleende aan een illegale aanbieder. Ze verwacht dat dienstverleners in Curaçao hierdoor terughoudender worden met dit soort constructies, al waarschuwt ze dat exploitanten simpelweg kunnen uitwijken naar andere jurisdicties zoals Costa Rica, wat de tenuitvoerlegging van een vonnis alleen maar bemoeilijkt.

Beide experts zien daarom ook een rol weggelegd voor partijen die illegale aanbieders faciliteren, zoals betaaldienstverleners als iDEAL, en pleiten voor meer internationale samenwerking tussen toezichthouders.

Bredere marktdruk op legale aanbieders

Robichon plaatst de zaak ook in een breder perspectief: legale casino's met echt geld krijgen volgens haar steeds meer te maken met strengere regelgeving en een hogere kansspelbelasting, inmiddels 37,8 procent. Ze pleit ervoor dat beleidsmakers naast handhaving tegen illegaal aanbod ook aandacht houden voor de aantrekkelijkheid van het legale alternatief. Zonder een concurrerend legaal aanbod verdwijnt volgens haar het effect van juridische overwinningen zoals deze grotendeels.

De uitspraak in de hoofdzaak is voorlopig vooral principieel van aard. Of TOTO daadwerkelijk een substantieel schadebedrag ontvangt, hangt af van de vervolgprocedure en van de vraag of de betrokken partijen in Curaçao of elders daadwerkelijk te vervolgen zijn.

Bron: NRC, gesprekken met Johan Wolswinkel (Tilburg University) en Machteld Robichon-Lindenkamp (Brandeis).