BBB wil opheldering over illegale gokreclames op social media

Tweede Kamerlid Henk Vermeer (BBB) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Claudia van Bruggen, om opheldering gevraagd over de aanhoudende zichtbaarheid van reclame voor illegale online goksites op sociale media. De vragen, ingediend op 8 juli 2026 onder kenmerk 2026Z15961, sluiten aan op recente berichtgeving dat branchevereniging VNLOK naar de rechter stapt tegen Meta vanwege advertenties voor niet-vergunde kansspelaanbieders.

Laatste update:

Aanleiding: rechtszaak tegen Meta

NOS meldde eind juni dat gokbedrijven met een Nederlandse vergunning het geduld hebben verloren met de manier waarop illegale concurrenten ongehinderd kunnen adverteren op platforms als Facebook en Instagram. Vermeer wil van Van Bruggen weten hoe zij het duidt dat dergelijke reclame, ondanks bestaande regelgeving en het toezicht van de Kansspelautoriteit, nog altijd consumenten bereikt.

Handhaving en omvang van de illegale markt

Het Kamerlid vraagt concreet of de huidige instrumenten van de Ksa toereikend zijn om advertenties op grote platforms effectief aan te pakken, en zo niet, wat daarvoor nodig is. Ook wil hij een actueel beeld van de omvang en groei van de illegale online gokmarkt, en hoe die ontwikkeling zich verhoudt tot het bestaande verbod op ongerichte reclame, ook wel bekend als het besluit Orka. Daarbij noemt Vermeer specifiek de blootstelling van jongvolwassenen aan gokreclame als aandachtspunt.

Spanning met het aangekondigde reclameverbod

De Kamervragen krijgen extra gewicht door het voornemen van Van Bruggen om reclame voor vergunde aanbieders vrijwel volledig te verbieden, zoals aangekondigd in de voortgangsbrief kansspelen van 12 juni 2026. Vermeer vreest dat zo'n verbod averechts kan werken als illegale aanbieders ondertussen vrij spel houden op social media: spelers die interesse hebben in echt geld casino's zouden dan sneller bij niet-gereguleerde, onveilige sites terechtkomen dan bij een legaal, vergund casino.

Om dat risico te ondervangen, vraagt Vermeer of er ruimte kan blijven voor reclame door vergunde aanbieders, mits zij aantoonbaar grip hebben op de inhoud, de doelgroep en het bereik van hun uitingen. Tot slot dringt hij aan op een onafhankelijke impactanalyse voordat er definitief wordt besloten over een vrijwel totaal reclameverbod. Die analyse zou volgens hem moeten ingaan op spelersbescherming, de omvang van de illegale markt en de mate waarin consumenten aan illegale reclame worden blootgesteld. Vermeer wil de uitkomsten met de Kamer delen voordat het kabinet knopen doorhakt.

Bredere discussie over kanalisatie

De kwestie raakt de kern van het Nederlandse kansspelbeleid: kanalisatie, oftewel het sturen van spelers naar veilige, vergunde aanbieders in plaats van illegale sites. Onderdeel daarvan is ook verantwoord spelen en de bescherming van kwetsbare spelers, zoals jongvolwassenen die via social media met gokreclame in aanraking komen. Critici wijzen er al langer op dat een te streng reclameverbod voor legale partijen dit doel juist kan ondermijnen, terwijl illegale aanbieders zich weinig aantrekken van Nederlandse regels.

Het antwoord van staatssecretaris Van Bruggen op de Kamervragen wordt de komende weken verwacht. Tot die tijd blijft de vraag actueel hoe Nederland illegale kansspelreclame effectief kan bestrijden zonder de legale, gereguleerde markt buitenspel te zetten.

Bron: Kamervragen 2026Z15961, ingediend door het lid Vermeer (BBB), 8 juli 2026.