Hoge Raad doet uitspraak over online casino's voor legalisering

De Nederlandse gokmarkt nadert een cruciaal moment met de aanstaande uitspraak van de Hoge Raad op vrijdag 3 juli 2026. Deze uitspraak zal antwoord geven op prejudiciële vragen die zijn ingediend door rechtbanken in Noord-Holland en Amsterdam. De kern van deze vragen betreft de geldigheid van kansspelovereenkomsten gesloten met online casino's die opereerden zonder Nederlandse vergunning vóór de invoering van de Wet Koa op 1 oktober 2021. Dit arrest kan een significante impact hebben op lopende rechtszaken en toekomstige claims van spelers die geld verloren hebben bij illegale aanbieders.

Laatste update:

Cruciale Juridische Vragen Onder De Loep

De prejudiciële vragen die de rechtbanken van Noord-Holland en Amsterdam aan de Hoge Raad hebben voorgelegd, draaien om de interpretatie van de Wet op de Kansspelen (Wok) en het Burgerlijk Wetboek in de context van online kansspelen vóór de legalisering. Centraal staat de vraag of overeenkomsten met vergunningloze echt geld casino's ongeldig waren en of spelers daarom recht hebben op teruggave van hun verloren inzetten.

Oorspronkelijk ingediend in januari 2025, werden de vragen in november 2025 verder geconcretiseerd na de publicatie van het advies van de Advocaat-Generaal. Dit advies, hoewel niet bindend, suggereerde dat kansspelovereenkomsten die zonder vergunning online werden aangegaan, niet per definitie nietig zijn. De Advocaat-Generaal stelde dat een vordering tot terugbetaling van verliezen op grond van onverschuldigde betaling waarschijnlijk niet toewijsbaar zou zijn, zelfs niet bij strijd met de Wok.

De specifieke vragen die aan de Hoge Raad zijn voorgelegd, omvatten de volgende kernpunten:

  • Had de Wok de bedoeling om de geldigheid van strijdige rechtshandelingen aan te tasten?

  • Is deze strekking verloren gegaan door maatschappelijke ontwikkelingen en het handhavingsbeleid van de Kansspelautoriteit (Ksa)? Moet hierbij onderscheid gemaakt worden tussen aanbieders op de ‘grijze lijst' en andere aanbieders?

  • Is een kansspelovereenkomst met een aanbieder zonder Nederlandse vergunning een nietige overeenkomst volgens artikel 3:40 BW?

  • Maakt het voor de nietigheid uit of de aanbieder voldeed aan de prioriteringscriteria van de Ksa?

  • Indien de overeenkomst nietig is, welke rechtsgevolgen heeft dit dan? Is teruggave van verliezen via onverschuldigde betaling mogelijk?

  • Is het relevant dat een aanbieder zich beperkt tot het faciliteren van spelers die tegen elkaar spelen, en wat zijn de gevolgen hiervan voor terugvorderingen?

Deze vragen weerspiegelen de complexiteit van de juridische strijd die is ontstaan rondom het illegale online gokaanbod van vóór de marktregulering. De uitspraak van de Hoge Raad zal hierin veel duidelijkheid moeten scheppen.

Juridische Context En Ontwikkelingen

De situatie rondom claims van spelers tegen online casino's die voor 1 oktober 2021 actief waren zonder vergunning, is complex. Voorafgaand aan de invoering van de Wet Koa probeerden spelers, net als in andere Europese landen, hun verliezen terug te vorderen door aan te voeren dat de gesloten kansspelovereenkomsten nietig waren.

De eerste uitspraken van Nederlandse rechtbanken hierover liepen uiteen. In april 2024 oordeelde de rechtbank Overijssel dat overeenkomsten met aanbieders als Bwin en PokerStars inderdaad nietig waren, wat resulteerde in veroordelingen tot terugbetaling van aanzienlijke bedragen aan spelers. Kort daarna volgden soortgelijke uitspraken tegen onder meer Unibet. Echter, in diezelfde maand stelde de rechtbank Zeeland-West Brabant een aanbieder van kansspelen juist in het gelijk. Deze rechter oordeelde dat het verbod op online kansspelen zijn strekking had verloren door maatschappelijke acceptatie en een inconsistent handhavingsbeleid van de Ksa.

Om deze tegenstrijdige uitspraken te voorkomen en juridische duidelijkheid te verschaffen, schakelden de rechtbanken van Noord-Holland en Amsterdam in juni 2024 de Hoge Raad in. Zij deden dit door prejudiciële vragen te stellen in zaken die waren aangespannen tegen PartyCasino en PokerStars. De bedoeling was om een consistente lijn te creëren in de beoordeling van dergelijke claims.

Massaclaims En Consumentenbelang

De jurisprudentie rondom de claims tegen illegale online aanbieders heeft geleid tot de vorming van diverse massaclaims. Advocaat Benzi Loonstein sprak in september 2024 in de media over een omvangrijke massaclaim om verliezen van duizenden spelers te recupereren. Kort daarna kondigden ook andere partijen, zoals Gokverliesterug en Dynamiet Nederland, plannen aan voor massaclaims. De uitkomst van de Hoge Raad zal een directe impact hebben op de haalbaarheid en het succes van deze massaclaims.

Naast deze initiatieven heeft ook de Consumentenbond aangekondigd schadevergoeding te eisen van aanbieders van kansspelen. De claim van de Consumentenbond richt zich echter op legale online casino's die na de legalisering opereerden. Het verwijt hierbij is het schenden van de zorgplicht jegens spelers. Deze specifieke claim staat los van de uitspraak van de Hoge Raad, aangezien deze betrekking heeft op de periode na de invoering van de Wet Koa en dus op een andere juridische grondslag berust.

Het is duidelijk dat de aankomende uitspraak van de Hoge Raad niet alleen van belang is voor de direct betrokken partijen, maar ook voor de bredere Nederlandse markt voor online kansspelen en de bescherming van consumenten. De rechtszekerheid die deze uitspraak beoogt te bieden, is essentieel voor een volwassen en gereguleerde markt voor kansspelen.