
Malta houdt poot stijf in Oostenrijkse gokzaak (Bill 55)
Een rechtbank in Malta heeft geweigerd om een Oostenrijkse uitspraak tegen online kansspelaanbieders te erkennen. Oostenrijkse spelers die hun gokverliezen wilden terugvorderen bij operators met een Maltese licentie, vingen daarmee bot. De zaak draait om de toepassing van Bill 55 en artikel 56A van de Maltese gokwet. De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor grensoverschrijdende gokclaims binnen de Europese online gokmarkt.
Malta beroept zich op eigen beschermingswet
De procedure ontstond nadat een Oostenrijkse speler in eigen land een civiel vonnis had verkregen tegen een online casino aanbieder. De rechter oordeelde dat de aanbieder zonder geldige Oostenrijkse vergunning opereerde en daarom verliezen moest terugbetalen. Vervolgens probeerde de speler dat vonnis in Malta te laten uitvoeren, waar de betreffende operator gevestigd is.
De Maltese rechter ging daar niet in mee. Volgens de rechtbank zou erkenning van het Oostenrijkse vonnis indruisen tegen de nationale openbare orde en tegen artikel 56A van de Gaming Act, beter bekend als Bill 55. Die bepaling beschermt vergunde Maltese aanbieders tegen buitenlandse claims die voortkomen uit verschillen tussen nationale kansspelstelsels.
Daarmee geeft Malta een duidelijk signaal af: een buitenlandse uitspraak is niet automatisch afdwingbaar wanneer die botst met de eigen wetgeving.
Juridische clash tussen nationale systemen
De kern van het probleem ligt bij het Oostenrijkse monopoliemodel. In dat land mogen slechts enkele partijen kansspelen aanbieden. Buitenlandse online casino’s die zonder lokale vergunning actief zijn, lopen daardoor het risico dat spelers hun verliezen via de rechter terugvorderen.
Dat heeft de afgelopen jaren geleid tot een stroom aan claims en gespecialiseerde claimbureaus die spelers actief benaderen. Vooral aanbieders met een Maltese licentie kregen daarmee te maken, omdat veel internationale operators vanuit dat eiland opereren.
De recente uitspraak ondermijnt die strategie. De Maltese rechtbank stelt dat verschillen in nationale wetgeving niet automatisch mogen leiden tot executie van buitenlandse vonnissen, zeker niet wanneer die het Europese principe van vrij verkeer van diensten raken.
Testcase voor Bill 55
De zaak geldt als een belangrijke test voor Bill 55, een wetswijziging die specifiek bedoeld is om de Maltese gokindustrie te beschermen tegen wat beleidsmakers zien als massale en opportunistische claims. Voor exploitanten biedt de wet meer rechtszekerheid. Voor spelers en claimorganisaties betekent het juist een hogere drempel.
Juristen verwachten dat vergelijkbare procedures in de toekomst vaker op deze bepaling zullen stranden. Tegelijk blijft de kans bestaan dat hogere Europese rechters zich nog over de kwestie buigen.
Relevantie voor Nederland
Hoewel het geschil zich afspeelt tussen Malta en Oostenrijk, raakt het ook de bredere Europese markt. Het laat zien hoe verschillend landen omgaan met vergunningen, handhaving en consumentenbescherming.
Nederland kent sinds de legalisering in 2021 een eigen vergunningsstelsel onder toezicht van de Kansspelautoriteit. Voor spelers die zich willen verdiepen in de regels en het aanbod rond online gokken in Nederland, biedt een overzicht van de markt en vergunningen extra context bij dit soort internationale juridische discussies.
De Maltese uitspraak maakt in elk geval één ding duidelijk: een licentie in de ene lidstaat biedt geen automatische zekerheid in een andere. Zolang Europese harmonisatie uitblijft, blijven rechtszaken als deze de grenzen van het iGaming-recht oprekken — en dat zorgt voor aanhoudende onzekerheid bij zowel spelers als aanbieders.
