
Gokreclame en online kansspelen opnieuw onderwerp Kamervragen
De Haagse discussie over online kansspelen laait opnieuw op. Aanleiding zijn recente Kamervragen over de effectiviteit van het Nederlandse gokbeleid, waarin wordt betwijfeld of een verdergaand verbod op gokreclame daadwerkelijk bijdraagt aan spelersbescherming. De vragen richten zich op de balans tussen preventie van gokverslaving, handhaving van de wet Kansspelen op afstand en de rol van de legale markt. Politiek Den Haag, toezichthouders en de online goksector kijken daarbij nadrukkelijk naar elkaar.
Kritiek op symptoombestrijding
In de Kamervragen, ingediend begin 2026, vraagt een Kamerlid aandacht voor het risico dat een bijna volledig reclameverbod vooral de zichtbaarheid van legale aanbieders beperkt, terwijl illegale aanbieders buiten beeld blijven. De vragen verwijzen naar signalen uit de markt dat spelers juist via buitenlandse websites worden verleid, zonder Nederlandse vergunning en zonder toezicht op zorgplicht of verslavingspreventie.
Het kabinet erkent in de beantwoording dat reclame slechts één onderdeel is van een breder stelsel. Volgens het kabinet blijft de kern van het beleid gericht op kanalisatie: spelers moeten kiezen voor legale aanbieders, waar limieten, monitoring en interventies verplicht zijn. Tegelijkertijd stelt het kabinet dat reclamebeperkingen noodzakelijk blijven om kwetsbare groepen, met name jongvolwassenen, te beschermen tegen overmatige blootstelling.
Spanningsveld tussen kanalisatie en bescherming
Die redenering staat niet op zichzelf. Ook voormalig premier Mark Rutte waarschuwde eerder dat een totaalverbod op gokreclame het onderliggende probleem niet oplost. In publieke uitlatingen benadrukte hij dat verslaving vooral ontstaat door problematisch speelgedrag en niet uitsluitend door marketing. Volgens Rutte dreigt Nederland het zicht te verliezen op spelers die uitwijken naar illegale platforms, waar geen enkele vorm van consumentenbescherming geldt.
Binnen de iGaming-industrie klinkt vergelijkbare kritiek. Vergunde aanbieders wijzen erop dat zij onder strikte regels opereren, waaronder verplichte leeftijdsverificatie, stortingslimieten en het aanbieden van verantwoord spelen-tools. Reclame, zo stellen zij, is niet alleen commercieel, maar ook informatief: het maakt duidelijk welke aanbieders legaal zijn en onder toezicht staan. Zonder die zichtbaarheid verzwakt volgens hen de legale markt.
Rol van bonussen en prikkels
Een gevoelig punt in het debat blijft het gebruik van promoties en casino bonussen. Politici en verslavingsdeskundigen vrezen dat dergelijke prikkels spelers kunnen aanzetten tot risicovol gedrag, zeker bij nieuwe spelers. De huidige regelgeving staat bonussen toe, maar verbiedt agressieve wervingsvormen en richt zich op transparantie. In de Kamervragen wordt gevraagd of strengere regels rond promoties effectiever zijn dan een generiek reclameverbod.
Het kabinet laat weten deze signalen serieus te nemen en verwijst naar lopende evaluaties van de wet Kansspelen op afstand. Daarbij wordt gekeken naar speelgedrag, verslavingscijfers en de mate waarin spelers actief kiezen voor vergunde aanbieders. Aanpassing van bonusregels wordt niet uitgesloten, maar moet volgens het kabinet gebaseerd zijn op data en niet op incidenten.
Handhaving en toezicht centraal
Achter de politieke discussie schuilt een bredere vraag: hoe effectief is handhaving tegen illegale aanbieders? De Kansspelautoriteit treedt op met boetes en blokkades, maar erkent dat het internet zich moeilijk laat begrenzen. Kamerleden vragen daarom of extra middelen voor toezicht niet meer effect sorteren dan verdere beperkingen voor legale partijen.
Het kabinet benadrukt dat handhaving prioriteit heeft, maar dat preventie en regelgeving elkaar moeten versterken. Reclamebeperkingen zijn daarbij volgens de regering een noodzakelijk, maar niet voldoende instrument. De komende maanden wordt verwacht dat de Tweede Kamer zich opnieuw buigt over mogelijke aanscherpingen van het beleid.
Een debat zonder simpele uitkomst
De discussie over gokreclame laat zien hoe complex de Nederlandse online gokmarkt is geworden sinds de legalisering. Bescherming van spelers, ruimte voor een gecontroleerde markt en effectieve handhaving trekken niet altijd dezelfde kant op. De Kamervragen maken duidelijk dat het laatste woord nog niet is gezegd. Terwijl Den Haag zoekt naar de juiste balans, blijft de centrale vraag overeind: hoe houd je spelers binnen het legale aanbod zonder de risico’s van online gokken uit het oog te verliezen?
